vrijdag 29 september 2017

Notes on Wertham 2

"Ruim een decennium voor de Rock 'n Roll," zo stelt Spiegelman in zijn prachtstrip "No Kidding, Kids…. Remember Childhood? Well.. forget it, "waren de comics de eerste vorm van massacultuur expliciet gericht op kinderen." En vervolgens bespreekt hij kort Wertham.
Spiegelman roept hier onbewust (of bewust? Bij Spiegelman weet je het nooit) in herinnering dat de studie van Wertham ook begrepen moet worden in het licht van de paniek rond de Juvenile Delinquent,  die in de jaren vijftig o.a. leidde tot de psychoanalytische studie van Robert Lindner, Rebel without a Cause. Beide boeken lijken vergelijkbaar wat toon (ze mengen sociale kritiek met pop-psychoanalyse) en draaien om het probleem van volwassenwording. Maar waar het bij Wertham gaat om de bescherming van de kinderlijke onschuld, daar draait Lindner's boek over het probleem van het niet willen opgroeien.




woensdag 27 september 2017

Stalags

De Stalags documentaire staat op youtube. Hier. Helaas in het Spaans.

Aantekeningen over Wertham 1

Misschien moet Wertham's Seduction of the Innocent wat concreter gelezen, namelijk als een reactie op een specifieke leeservaring, namelijk van EC comics. De vraag is dan: waarop riepen deze specifieke strips zo'n intense reactie op bij deze specifieke sociaal-psycholoog in deze specifieke periode (het eerste decennium na de tweede wereldoorlog, ook de periode waarin de eerste Stalags ('holocaust shockers,' zie: stalag) uit zoeden komen




Zoals velen hebben opgemerkt: EC comics hadden een specifieke narratieve structuur: eentje waarbij het geweld op een vreemde manier 'geritualiseerd' was. Aan het einde van een EC verhaal werd een 'boosdoener' gestraft met de middelen van zijn eigen kwaad - een beetje zoals de zondaars in Dante's hel gestraft worden, of zoals in middeleeuwse straffen. 

Geweld wordt daardoor wel ingebed in een sadistische structuur (het superego speelt een rol), maar ook weer helemaal losgekoppeld van wetmatigheid. Elke straf is singulier. 

Ook wordt de lezer 'deelgenoot' gemaakt via een complexe vertelstructuur (de strips zijn vaak raamvertellingen) en een complexe set epi-teksten (EC kende vele ironische voorwoorden en brievenrubrieken).

Wertham's reactie is puur symbolisch: commissies, regels, codes.

Uit de EC-stal kwam ook de eerste 'serieuze' Holocaust-strip: Krigstein's The Master Race (1954), bekend om zijn schitterende page breakdown vooral van het einde. 

Wat betreft narratieve structuur is het echter vintage EC:  een 'boontje komt om zijn loontje'-verhaal met sadistische voice-over. 

(Master Race kent een voor strip ongebruikelijke taalsituatie. Een 'you' wordt aangesproken op een beschuldigende manier):




[File under: wat gebeurde er in de vijf jaar voor Eichmann: de opkomst van Holocaust-kitsch]

maandag 18 september 2017

Henry Jenkins

Henry Jenkins maakt een mooi punt in het essay 'death-defying heroes' in The Wow Factor. De fascinatie voor het verleden, en de nostalgie die het 'stripofiele' discourse doordrenkt zou je ook kunnen koppelen aan eigenschappen van het medium zelf. Niet alleen 'verruimtelijkt' de strip tijd (waardoor het per definitie het medium van de stagnatie en de 'arrested development is') maar de 'iteratieve structuur' (zoals Eco het noemt), waarbij elk nieuw verhaal 'opnieuw' lijkt te beginnen, en 'echt' tijdsverloop (veroudering etc) niet mogelijk is heeft nostalgie in zich verankerd.

Jenkins schrijft: "One could understand the reading of comics as entering into a psychological space that similarly denies death and mortality, that encourages a nostalgic return to origins.' (66)

vrijdag 15 september 2017

Binky Brown

Binky Brown meets the Holy Virgin Mary van Justin Green is (misschien met Wimmen's Comix) wel de 'oertekst' van de Amerikaanse grafische roman. Meer dan Eisner's A Contract with God werd het het model waar latere grafische romans zich naar modelleerden. Waar Eisner's tekst weliswaar autobiografische elementen bevatte, lijkt de tekst toch veeleer een kafka-eske fabel. Het is, zeg, getekend in de derde persoon. Binky daarentegen lijkt bijna een ego-document. De affectieve impact van het hele boek ligt hem in het feit dat de protagonist, verteller en tekenaar dezelfde persoon zijn, en dat de plaatjes daardoor zinderen van spanning. Het is een zelfonderzoek: vol zelfwalging en genante taferelen. Masturbatie is een sleutelmotief.

Daarnaast introduceert het een stijl die ik 'vulgaire zelfreflexiviteit' zou willen noemen (naar het idee van 'vulgair modernisme'): de strip verwijst naar zichzelf, maar niet naar zijn 'constructie,' maar naar zijn ontstaansgeschiedenis in navelstaarderij. Het boek vertelt het verhaal van een 'psychoseksuele' ontwikkeling die gestoord of 'gevormd' wordt door beelden. In dit geval zijn het geen stripplaatjes (zoals bij Wertham) maar religieuze afbeeldingen. De intensiteit en libidineuze bezetting van die beelden keert terug in het niveau van de tekeningen zelf, die allemaal te vol, te krasserig en te intens zijn.

Daarnaast zit het vol met impliciete verwijzingen naar de mythe van de superheld: het gaat over speciale krachten, geheime identiteiten etc. (Dit keert bij Ware en Clowes terug).


strips en psychoanalyse!

Psychoanalyse en Strips

Op 5 en 7 oktober organiseert Museum het Dolhuys in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse in Haarlem twee dagen die in het teken staan van de relatie tussen Psychoanalyse en Strips.

Op donderdag 5 oktober zal in de avond een mini-symposium worden gehouden over strips, psychoanalyse en kindertijd. Literatuurwetenschapper Yasco Horsman (Universiteit Leiden), Psychoanalytica Sacha Marlisa  en Tekenaar Joost Swarte zullen spreken over stripgezinnen, stripkinderen, en dromen en herinneringen in strip en psychoanalyse.

Op zaterdag de 7de zal het Dolhuys de hele dag in het teken staan van psychoanalyse en strips. Bezoekers kunnen deelnemen aan analytische tekensessies, mini-analyses, en aan een reeks expert meetings met o.a. tekenaars Marcel Ruijters en Aimee de Jongh, Stripwetenschappers Rik Spanjers (UvA) en Erin La Cour (VU) en stripjournalist Joost Pollmann (De Volkskrant). De dag wordt afgesloten met een gesprek  tussen psychoanalytica Simone Logtenberg en tekenaar Peter de Wit (Sigmund).



Voor meer informatie zie: symposium en psychoanalyse in beeld



dinsdag 4 juli 2017

Bojack Horseman

Gewoon omdat het een naamgenoot is, maar ook omdat het de (quizz) vraag stelt: waarom zijn er zo weinig paard-tekenfilmfiguurtjes? Waarom zijn 'funny animals' altijd muizen, katten, eenden?



a) Paarden zijn dieren zonder gezicht (zie het pejoratieve 'horse face')
b) Een paard is niet voor te stellen als lopend op twee benen zonder dat het daarmee een monster (i.e. mensenlichaam-met-paardenhoofd is) (zie: 'centaur' (het draait om het lichaam van het paard))
c) Paarden zijn weliswaar gedomesticeerd, maar we verhouden ons anders tot paarden. Als we er op rijden worden we een mens-paard hybride (zie wederom: 'centaur,' maar ook: 'paardenmeisje')

Bespreek.

maandag 3 juli 2017

Rick and Morty 2

In 'Rixty Minutes' draagt Summer goggles die direct aangesloten zijn op haar DNA, om aan te geven dat het hier om een implosie van micro-fantasien gaat, ipv de Grootse, Cinemascopische Oerscene.


Rick and Morty

Wat tot nu toe ook onder mijn radar is gebleven: Rick and Morty. Wederom een meta-cartoon voor een knowing audience, met belachelijke reflecties op micro-genres, forking paths etc.



De serie begon als een parodie op Back to the Future, maar nu eentje waarin het tijdreizen vervangen is door een reis door verschillende dimensies. Waar Back to the Future, wellicht, aan het einde komt van het filmtijdperk, met zijn medium-specifieke fascinatie voor terugspoelen, manipulatie van de time-axis (zoals Kittler het noemt), en daarmee de traditioneel-psychoanalytische fantasie van de oerscene (aanwezig zijn bij je eigen conceptie), daar is Rick and Morty een product van het digitale tijdperk, met zijn fascinaties voor eindeloze variaties, dimensies, mogelijkheden. De aflevering 'Rixty Minutes) draait dan ook niet om de fascinatie met een Oerscene ('Oorsprong'), maar om de angst voor talloze variaties. Fantasie op het moleculaire ipv molaire niveau.

woensdag 17 mei 2017

Furry Fandom

Ngai benadrukt ook dat de 'neediness' van cuteness ook zijn eigen geweld oproept. 'Cuteness' is altijd een beroep op ons, en kan 'zorg' maar ook 'geweld' afdingen. Met andere woorden, 'cuteness' roept een affectief beladen (i.e. 'intense') maar a-symmetrische relatie op.

Vandaar dat 'cuteness' ook zo snel omslaat in zijn tegendeel, in perversie. Zelfs de meest onschuldige vormen van 'furry fandom' lijken een tikje, eeh... vies.


Cuteness

Cuteness wordt (door o.a. Harris en Pillai) ook met 'neediness' in verband gebracht - en het lieve object is bij uitstek een object dat iets van ons verwacht, of zelfs eisen aan ons stelt. Het is daarom misschien ook niet toevallig dat met het 'lief' worden van het stripfiguur (de verandering van Mickey van een knaagdier in een baby met ronde vormen) er een wereld van Merchandising werd opengetrokken. Nu Mickey zo lief is geworden moeten we immers ook iets met hem: hem verzorgen, bewaren, knuffelen.

Maar ook, zoals Ngai het verwoordt:

"Cuteness, an adoration of the commodity in which I want to be as intimate with or physically close to it as possible, thus has a certain utopian edge, speaking to a desire to inhabit a concrete, qualitative world of use as opposed to one of abstract exchange." (Our Aesthetic: 13)


Jameson stelde dat in the Wire het miniatuur-meubilair wees op een utopische dimensie. Met Ngai kunnen we zeggen dat dit bij uitstek een lieve utopie is.

The Cute

Ook verschenen over 'cuteness': Dit boek. Over lief retrofuturisme



zondag 16 april 2017

Ghost in the Shell-rel

Naar aanleiding van de zgn 'whitewashing'-rel over Ghost in the Shell stond er in de VPRO gids een verwijzing naar een stuk van Kenji Sato, getiteld 'More Animated Than Life.' Een pdf is hier te vinden. Het lijkt me een tikje gesimplificeerd stuk over wat de VPRO samenvat als de 'etnische zelfontlening in Japan sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog.' Wel geestig. Het tijdschrift waar het oorspronkelijk instond is dit.

Uzumaki

Gelezen: Uzumaki, de verontrustende horror-Manga van Junji Ito over een stadje dat geobsedeerd raakt door spiralen.






Het knappe van de manga is dat de spiraalvorm zelf nergens voor lijkt te staan. Het representeert niks, maar het is een pure vorm die vanwege zijn 'op-ed' effect de kijker naar binnen lijkt te zuigen, alsof de lijn een partituur is voor de ogen, en een oogbeweging oplegt dat een hypnotiserend effect heeft. Zo wordt de spiraal geïntroduceerd in het eerste hoofdstuk als een figuur dat de karakters lijkt te fixeren.


En natuurlijk is de spiraal in het striplexicon altijd een teken voor gekte, of het nou om het hoofd van Kapitein Haddock wordt geplaatst of in de ogen van Mr Fox. Spiralende ogen suggereren een binnenwaartse blik.


Met andere woorden, de spiraal staat voor de capaciteit van de lijntekening om de ogen te 'dirigeren' en daardoor het beeld te animeren. In het eerste gedeelte van Uzumaki wordt de obsessie met de spiraal ook expliciet gerelateerd aan het gevoel van draaiende ogen. 


En iets later lijkt de spiraal op een vorm die zich naar binnenwurm - als een visuele 'oorwurm'- maar via het oog.




(Het spiraal lijkt daarmee 'in lijn' met de ideeën van Hogarth, die in zijn 'line of beauty' niet zozeer de spiraal maar de 'golf' als centraal esthetisch principe neemt).  Hierdoor 'staat' de spiraal ook voor de capaciteit van de strip, die met lijntekeningen de lezer 'naar binnen' wil trekken (en dat geldt natuurlijk met name voor de traditie van de manga, die altijd meer gepreoccupeerd was met 'innerlijke' beelden). De lijntekening bevindt zich, aldus Hogarth (en Chris Ware) op de grens van het mentale beeld en het objectieve beeld. 

Vertigo

En natuurlijk is het Spiraal ook een terugkerend motief in Hitchcock's Vertigo, waar het voornamelijk terugkeert als stukjes 2D animatie die de film onderbreken en de 'ruimtelijke' continuïteit doorbreken. 

En in veel opzichten is Uzumaki natuurlijk een gloss op Vertigo, waarin de spiraal ook staat voor obsessie, en de link legt tussen de aanvallen van duizeligheid en de latere seksuele obsessie. 







En net als in Hitchcock's paranoide thriller wordt het in Uzumaki geleidelijk onduidelijk of de spiralen slechts bestaan in de blik van de geobsedeerde, of dat ze echt aanwezig zijn in de fictionele wereld. 

Duizeligheid

Duizeligheid is in zowel film als manga een centraal motief. Het gevoel van duizeling en hoogtevrees is natuurlijk een ervaring waarbij onze 'ruimtelijke coördinatie' faalt waardoor het gevoel van 'vallen' ook een vallen uit de wereld is, een soort binnenwaarts spiralende val. Duizeligheid wordt veroorzaakt door iets wat het 'innerlijke oor' wordt genoemd - en het gaat vaak gepaard met 'suizen.' Zoals Uzumaki laat zien, dit 'innerlijke oor' heeft ook een Spiraal-achtige vorm.



Maar wat mij fascineert in dit orgaan is het feit dat het 'innerlijke oor' (wordt het niet ook wel 'third ear' genoemd'?) een orgaan is dat op de grens tussen het lichaam en de buitenwereld lijkt te staan. Het is het orgaan waarin het lichaam 'meetrilt' met de wereld. Derrida heeft het beeld gebruikt in een reeks essay (waarin hij neologismen als Otobiografie en Timpaan gebruikt). 

Het lijkt erop dat Ito er hier op zinspeelt dat de 'spiraal' niet zozeer functioneert als een tekening (een weergave van een werkelijkheid) maar als een melodielijn, dat het 'innerlijke oor' raakt en naar binnenwurmt, het hoofd in, om daarin te blijven rondzingen. 


Eugene Thacker

In Tentacles Longer than the Night en In the Dust of this Planet bespreekt Eugene Thacker de manga kort. Hij heeft het er over hoe het spiraal, als wiskundig figuur een andere ontologische status heeft dan de afbeelding. Een mathematische figuur 'spiegelt' niets. Een tekening van een driehoek is geen afbeelding van een driehoek maar een weergave van het 'ideaal' van een driehoek. Dit 'ideaal' is een wiskundig ideaal - de afbeelding is dus als het ware abstract. 

Vertelstructuur
(En natuurlijk heeft de strip zelf ook een spiralende structuur, waarbij het einde teruggrijpt op het begin)

maandag 10 april 2017

V for Vendetta

Heeft er al eens iemand opgemerkt hoe de grijns van het Guy Fawkes masker van V for Vendetta uit de strip van Allan Moore en David Lloyd lijkt op de onheilspellende grijns in de clip van Aphex Twin's Windowlicker?

Hieronder Lloyd:


Hier uit Windowlicker:



In beiden gevallen draait het om het uncanny karakter van het masker (en in beiden wordt het masker steeds gereproduceerd). Maar waarom is het precies deze gezichtsuitdrukking die als zo vervreemdend wordt ervaren? En waarom zijn het alletwee (elk op een eigen manier) gezichtsuitdrukkingen die viraal zijn gegaan en gebruikt worden door anonymous, occupy etc. ?

Is het de logica van de Chessire Cat? De glimlach zonder gezicht? De glimlach die, zoals Deleuze het in zijn stuk over Bacon stelt (waarin hij Alice citeert) het gezicht ontmenselijkt wordt?

Een derde onmenselijke grijns is die van Batman's Joker, onvergetelijk gespeeld door Heath Ledger. 


In Zizek's interessante lezing van The Dark Knight is the Joker het enige figuur zonder masker. De hele film draait om maskers - en de noodzaak van het aannemen van personae in het politieke theater. Hierbinnen is de Joker niet alleen een terrorist - hij is ook de enige die (volgens Zizek) de Waarheid belichaamt. 

Interessant genoeg zijn zowel V for Vendetta en de originele Dark Knight graphic novel afkomstig uit het pre-internet tijdperk. Ze zijn late producten uit het televisie-tijdperk en draaien om het 'tv-theater'. Het guy fawkes masker werd echter een embleem van het post-internet hacktivisme.