dinsdag 30 januari 2018

Anomalisa / Her

Anomalies en Her hebben wel wat van elkaar: alletwee zijn het films over de 'stem' - en balletwee lijken ze gemixed. Zoals een hoorspel. En animatie deelt iets met het hoorspel, nl dat de soundtrack traditioneel gemaakt wordt voor de beeldtrack.

maandag 15 januari 2018

Campbell / Star Wars

Gisteren zag ik op BBC 4 (via de iPlayer) de documentaire "Joseph Campbell: the Force Behind Star Wars." Alhoewel ik de docu nog niet helemaal heb afgekeken (ik zag het tijdens de afwas) viel me vooral op hoe ouderwets het Campbell - als -inspirator - van - Star Wars verhaal eigenlijk klonk. Campbell's Jungiaanse gedachte van de mono-myth concentreert zich op gelijkenissen, het zoekt naar een dieptestructuur, samenhang, etc. Het wil orde aanbrengen. Hoewel dit Lucas' inspiratiebron was, bleek de kracht van Star Wars juist te liggen in haar middelpuntvliedende werking: de talloze losse verhalen, mythes, spin offs, fan-versies, etc. Met andere woorden Star Wars bleek geen modern sprookje, maar het centrum van een transmediaal web van verschillende verhalen. De kracht lag in 'world building' ipv 'story-telling.' Om het minder chaotisch te zeggen: Star Wars ontstond in de periode van de modernistische fascinatie met mythe als 'structurerend,' orde-aanbrengend principe, als populaire variatie op Eliot's mythical methode,  maar werd de voorloper van een mythologisch model dat daar juist mee brak: een 'transmediale' vorm van vertellen waarbij een universum aan vervlochten verhalen bestaat (zoals in het Marvel Universum).

Uit de documentaire bleek ook dat Campbell van huis uit katholiek was (net als, Marshall McLuhan), en dat zijn grote inspiratiebron (net als Marhall McLuhan) James Joyce was. Om het in Joyceaanse termen te zeggen: wat we zien in de ontwikkeling van Star Wars is een verschuiving van het mono-myth model van Ulysses, naar het gefragmenteerde model van Finnegan's Wake.

Finnegan's Wake ligt ook weer dichter aan ligt tegen de manier waarop Rushdie schrijft. Satanic Verses begint bijvoorbeeld met een explosie van een vliegtuig, waarna allerlei brokjes mythe en verhaal als debris naar beneden dwarrelen. Om aan te geven dat in de postkoloniale situatie de ‘eenheidsbrengende’ kracht van mythe niet meer werkt.




dinsdag 2 januari 2018

Hitweek / Aloha...

… waren natuurlijk de Nederlandse Zap Comics. Geradts, Van den Boogaard, Windig & De Jong, Clerkx debuteerden daar, maar ook Krazy en Peanuts werden erin geherpubliceerd, en de Nederklassic Professor Pi van Bob van den Born. En er verschenen essays van Tom Steen over Krazy, en Peanuts, waardoor het blad dichter tegen Linus aanzat.

Maar de Nederlandse underground nam met Swarte, Van den Boogerd en Smeets een klare lijn turn.


Hoofdredacteur Willem de Ridder werd later radiomaker.

Mark Smeets (4)

11.

Naast obsessief tekenaar, die werkelijk elk velletje dat in zijn handen kwam vulde, was Smeets ook fanatiek radioluisteraar. Naar de radio luisteren en tekenen ging samen, alsof radio en tekenen elkaar aanvullen. Ik weet nog niet hoe het in McLuhaniaanse termen moet vertalen, maar iets als: beiden media amputeren op vergelijkbare wijze.

Smeets wordt ook beschreven als 'in zichzelf gekeerd' als hij tekent. Diep gebogen over de tekening.

Ook: "Hij schetste nooit een tekening voortuit. Hij tekende met potlood. Ik vroeg me wel eens af of Mark vooraf wel wist wat hij zou gaan tekenen of dat alles gewoon ontstond zoals het hem uitkwam." (53)

Smeets: "Sommige striptekenaars tekenen echt zo verschrikkelijk goed. Maar zo'n prachtige molen met boomgroep zoals Rembrandt dat tekent, dat kunnen zij weer niet. Maarja, dat is weer meer schilderen. Het is het pure tekenen wat me in striptekenen speciaal aantrekt." (58)

12.

Een andere grote held: Hercules Seghers, voor wie landschappen ook binnentaferelen zijn. Seghers landschapen zijn niet 'onaf' maar vol ruïnes. Fragmenten.

dinsdag 26 december 2017

Mark Smeets (3)

9.

Net als Ware gaat Smeets terug tot de pre-cinematische strip, naar de periode van de Sunday Pages, naar o.a. Krazy Kat. Maar waar Ware 't in de jaren 20 zoekt, in o.a. Gasoline Alley, daar ligt de interesse van Smeets eerder in de strip uit de periode van voor de breakdown in panels. In de paginagrote afbeeldingen van Hogan's Heroes en de Yellow Kid, met de maffe, niet referentiele ruimtes waar altijd teveel in gebeurt.

Smeets' eerste tekening, gepubliceerd in Hitweek in 1968 waren maffe, Hogan's Heroes-achtige platen.



Media-archeologen hebben het vaak over de vroege stripstroken als 'time-' of 'movement-' images: het medium deelt bewegingen en tijd op in momenten. Maar de oer-strip doet iets anders. Het creeert 'leesbare ruimtes.' Plekken waar je blik in kan vertoeven.